Babara, mijn ma. Ik heb mijn hele jeugd heel wat met haar te stellen gehad. Toen ik nog een kleuter was zette ze bijvoorbeeld tijdens het voeren haar eigen mond open in plaats van de mijne. Op een dag nam ze mij mee naar de speeltuin. Terwijl ik in een draaiend wiel liep kreeg ze jan in de gaten, die haar ook even observeerde. Baba raakte zo in vervoering van lange jan dat ze tijd en ruimte leek te vergeten. Ik werd moe van het draaiende wiel; ik was tenslotte nog maar 7 jaar. Mijn beentjes stapten al zeker tien minuten door op dit wonder van techniek, een draaiende ja-knikker. Na een poosje riep ik haar: "BABA ! BABAAAAAAA ! Ik wil eruit, dit wiehiel !" Verdwaasd liep zij naar mij en zo werd het wiel afgeremd door haar hoofd. Baba heeft geen klap van de molen gehad, maar een klap van het wiel !
Daardoor was ze gedoemd om een afhankelijk jankend vrouwtjesleven te lijden. En maar kakelen over haar posisie als raadsheer, opperrechter, en hoe eenzaam ze daardoor wel niet was. Vaak huilde Baba. Zij pinkte geen traantje weg. Ik heb het over tranen met tuiten. Na Baba was ik voorbestemd voor een studie psychologie. Dat kun je wel denken. Daar leerde ik het volgende: veelvuldig janken en zielig doen zijn de symptomen van passief narcisme en een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Een voortdurende staat van dronkenschap kan natuurlijk ook de oorzaak zijn van een en ander.
Enige tijd geleden heeft zij het zo bont gemaakt, dat ik besloot haar aan de dierentuin cadeau te doen. Verleden donderdag ben ik haar daar gaan bekijken. Ze hadden haar bij de vogelachtigen ondergebracht. Links van haar stond een buitenissige buizerd en rechts knabbelden struisvogels op maïs dat oppassers hen toewierpen. Even verderop hoorde je het speenvarken uit Limbabwe, GWilders, aandacht trekken. Ook een kleine pauw van 1.73 meter, Baudet, was akelig aan het schreeuwen. Mijn moeder trok wel wat bekijks: de papegaai zat naast een opgedroogde kunstvijver aan een uitspraak te schrijven. De zon scheen aangenaam en mijn moeder leek het niet kwaad te hebben. Ik wilde niet aanzien hoe dit zou aflopen en ben toen maar doorgelopen naar de apen. Die gapen elkaar ook na.
Sabine Haai ts ma Daardoor was ze gedoemd om een afhankelijk jankend vrouwtjesleven te lijden. En maar kakelen over haar posisie als raadsheer, opperrechter, en hoe eenzaam ze daardoor wel niet was. Vaak huilde Baba. Zij pinkte geen traantje weg. Ik heb het over tranen met tuiten. Na Baba was ik voorbestemd voor een studie psychologie. Dat kun je wel denken. Daar leerde ik het volgende: veelvuldig janken en zielig doen zijn de symptomen van passief narcisme en een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Een voortdurende staat van dronkenschap kan natuurlijk ook de oorzaak zijn van een en ander.
Enige tijd geleden heeft zij het zo bont gemaakt, dat ik besloot haar aan de dierentuin cadeau te doen. Verleden donderdag ben ik haar daar gaan bekijken. Ze hadden haar bij de vogelachtigen ondergebracht. Links van haar stond een buitenissige buizerd en rechts knabbelden struisvogels op maïs dat oppassers hen toewierpen. Even verderop hoorde je het speenvarken uit Limbabwe, GWilders, aandacht trekken. Ook een kleine pauw van 1.73 meter, Baudet, was akelig aan het schreeuwen. Mijn moeder trok wel wat bekijks: de papegaai zat naast een opgedroogde kunstvijver aan een uitspraak te schrijven. De zon scheen aangenaam en mijn moeder leek het niet kwaad te hebben. Ik wilde niet aanzien hoe dit zou aflopen en ben toen maar doorgelopen naar de apen. Die gapen elkaar ook na.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten